|
A. F. Aalbers (1897-1961)
13 juni 2000
In het NAi is tot 3 juli een tentoonstelling ingericht
over het werk van architect A.F. Aalbers. Aalbers, geboren in Rotterdam,
werkte van 1924 tot 1930 en van 1946 tot 1961 in Nederland, in de
tussenliggende periode (1930-1942) was hij werkzaam in Nederlands-Indië.
Het was zijn Indische werk dat Dorothee Segaar, curator en co-auteur
van de gelijknamige publicatie, in 1977 inspireerde tot een onderzoek
naar het werk van Aalbers. Het ontbreken van een archief hield echter
in dat Segaar als een ware Miss Marple aan het werk moest.

DENISbank (De eerste Nederlandsche Indische
Spaarkas), Braga, Jl Bandung (1935). |
Gewapend met een scherp oog voor 'een Aalbers', een fotocamera,
een adresboek met namen van oud-medewerkers en bewoners en met behulp
van technisch tekenaars, stelde ze in de loop der jaren een oeuvrelijst
samen van 65 werken: 22 Nederlandse, één Belgisch Congolees (prijsvraagontwerp)
en 42 Indische. Het leeuwendeel van de ontwerpen voor Nederlands-Indië
(27) werd gerealiseerd in Bandung. Deze stad, vanaf 1916 gedacht
als nieuwe residentie van de centrale overheid in Nederlands-Indië,
was de vestigingsplaats van het in 1931 opgerichtte bureau 'Aalbers
en De Waal, architecten'.
De hoeveelheid materiaal die Segaar in de loop der jaren verzamelde
resulteerde in een bescheiden maar interessante, fraai ingerichtte
tentoonstelling. Reconstructietekeningen, foto's, oorspronkelijke
ontwerpschetsen (gemaakt door Aalbers tijdens zijn interneringstijd)
en een origineel filmpje over de bouw van hotel Savoy Homann (1938)
creëren een sober maar goed beeld van zowel het Nederlandse als
het Indische werk van Aalbers. Om het Indische werk te kunnen plaatsen
in de contemporaine context is aan het begin van de tentoonstelling
'De Hollandse Tropenstijl. Een documentaire over Nederlandse architectuur
in Indonesië,1900-1940' van regiseur Ike Bertels te zien.
Perspectief van een weekendhuisje (1942-1945),
ontwerp gemaakt tijdens Japans gevangenschap |
De nadruk van de tentoonstelling ligt op Aalbers' werk uit zijn Indische
periode. Dit is mogelijk het gevolg van het feit dat zijn Indische
werk een grotere zeggingskracht heeft dan zijn Nederlandse werk. Vast
staat in ieder geval dat Aalbers zich in Indië als architect
een goede reputatie bij opdrachtgevers had verworven én dat
zijn positie in Nederland aanmerkelijk minder prominent was.
De Indische ontwerpen kenmerken zich naast de destijd gangbare
tropische eigenschappen (grote dakoverstekken, witgepleisterde muren)
door enkele opmerkelijke Aalbers-elementen. Met name gebouwen voor
(semi-)commerciële opdrachtgevers vallen op door afgeronde
hoeken, zacht-golvende gevellijnen, ranke torenelementen en platte
daken - een stijl die in Bandung inmiddels wordt aangeduid als 'Streamline
Art Deco' en Bandung de bijnaam 'Art Deco-stad' opleverde. Aalbers'
niet-commerciële bouwopdrachten waren doorgaans minder expresionistisch
hoewel een daklijn hier en daar nog wel eens van de gangbare daktype
wil afwijken.
Hoewel de expositie in één van de uithoeken van het
NAi tentoongesteld is (tweede verdieping) en de bewegwijzering op
zijn zachtst gezegd onduidelijk is, is te hopen dat Stichting BONAS
(Bibliografiën en Oeuvrelijsten van Nederlandse Architecten
en Stedenbouwkundigen) zich ook in de nabije toekomst zal beijveren
voor het presenteren van kleinoden als deze in het algemeen en een
nagenoeg vergeten onderdeel van de Nederlands architectuurgeschiedenis,
het werk dat in Nederland opgeleide architecten en stedenbouwers
in de eerste helft van de twintigste eeuw in Nederlands-Indië
ontwierpen, in het bijzonder.
Pauline van Roosmalen
De expositie Albert Frederik Aalbers (1897-1961) Ondogmatisch modernist
in een koloniale samenleving is nog tot en met 2 juli te zien in
de bovenzaal van het NAi, Museumpark, Rotterdam.
Bij Stichting BONAS verscheen de publicatie Albert Frederik Aalbers
(1897-1961). Ondogmatisch modernist in een koloniale samenleving,
Tjeerd Boersma, Dorothee C. Segaar Höweler, Stichting BONAS,
104 p., fl. 29,50.
|