|
Kunstkritiek in crisis?
13 november 2000
Kunsthistoricus Camiel van Winkel ontving afgelopen
vrijdag de Jan Bart Klasterprijs voor de kunstkritiek. Deze prijs
wordt eens in de twee jaar uitgereikt en heeft tot doel de discussie
over de kwaliteit van de Nederlandstalige kunstkritiek op het gebied
van beeldende kunst, bouwkunst en vormgeving te bevorderen. Volgens
Geert Dales, een van de sprekers op de bijeenkomst, is bij recensenten
sprake van identiteitscrisis en rolverwarring.

|
 |
Programmaonderdeel van de feestelijke uitreiking was een lezing
geven door Geert Dales - wethouder van financiën van Amsterdam
en voormalig directeur van het Fonds Beeldende Kunst Vormgeving
en Bouwkunst. Dales sprak over de identiteitscrisis en rolverwarring
die critici ten deel vallen. Hij ergert zich met grote regelmaat
aan recensies in dag- en weekbladen: "de toonzetting is vaag
en cryptisch en doorspekt met 'jargon' dat slechts voor een relatief
kleine groep ingewijde kunstspecialisten toegankelijk is. Het oordeel
over de tentoonstelling - voorzover al aanwezig - kenmerkt zich
door onhelderheid. Het informatieve gehalte van een dergelijke bespreking,
die toch bedoeld is voor de geïnteresseerde lezer die op intelligente
en liefst aansprekende wijze geïnformeerd wil worden, is dan
ook vaak minimaal". De oorzaak hiervan moet volgens hem gezocht
worden in het feit dat recensenten recenseren wat zij zelf niet
presenteren. "Enerzijds pretenderen critici een hoogwaardige,
immer kritische bijdrage te hebben aan de wording en erkenning van
kunstwerken, anderzijds vervullen zij de rol van de boodschapper,
de informant, de vertolker, de uitlegger, de verkoper van andermans
produkten". Er is daarom geen sprake van crisis in de kunstkritiek
maar van een identiteitscrisis bij de critici. Critici willen volgens
Dales enerzijds eigenstandige kunstwerken scheppen en anderzijds
kunnen zij niet bestaan zonder het kunstwerk. "Intussen is
de journalistieke kunstcriticus geen echte journalist, de beoefenaar
van de essayistische kunstkritiek geen echte schrijver en de theoreticus
zelden een echte wetenschapper. En kunstenaar zijn zij geen van
allen". Het is daarom volgens Dales terecht dat de kunstcritici
niet in aanmerking komen voor beurzen en subsidies. "Onafhankelijk
kritische en gezaghebbende oordeelsvorming over beeldende kunst
en ondersteuning door de overheid gaat slecht samen", aldus
Dales.
Het beeld dat Dales schets van kunstcritici en kunstkritiek is
bijna karikaturaal. Juist de laatste tijd verschijnen in de (dag-)bladen
zeer leesbare kritieken. Maar dat er ergens iets mis is in de wereld
van de (kunst)kritiek valt niet te ontkennen: het Nederlandse architectuurtijdschrift
met werkelijke architectuurkritieken, de Archis, wordt bedreigd
met opheffing en ook de genomineerden en de prijswinnaar voor de
Jan Bart Klasterprijs zijn opmerkelijk. Tot de genomineerde behoorde
Janneke Wesseling (NRC Handelsblad) en Domeniek Ruyters (Metropolis
M) maar ook Willem Jan Neutelings voor zijn bijdragen aan de
Archis. De bijdragen van de Neutelings dragen ontegenzeggelijk
een eigen standpunt uit, de behandeling van het onderwerp is origineel,
ze getuigen van visie en een eigen stijl - allen criteria voor de
toekenning van de prijs - maar in hoeverre zijn columns 'een bijdrage
betekenen voor de mate waarin begrip voor het onderwerp bij een
zo breed mogelijk publiek' wordt gekweekt, is de vraag en ook in
hoeverre ze bijdragen aan de discussie of meningsvorming. Nog opmerkelijker
was dat de jury bestaande uit Hans van Beers (Raad van Bestuur van
de NOS), Kees Vuyk (directeur faculteit beeldende kunst en vormgeving
Hogeschool Constatijn Huygens, Kampen), Tineke Reijnders (voorzitter
AICA Nederland) en Guido Vereecke (directeur De Brakke Grond, Amsterdam),
besloot de prijs toe te kennen aan Camiel van Winkel. Van Winkel,
die door de jury zelf werd voorgedragen, ontvangt de prijs voor
zijn publicatie Moderne leegte. Over kunst en openbaarheid
(SUN 1999). "Het boek is het resultaat van een poging om interpretatiemodellen
voor hedendaagse beeldende kunst af te leiden van haar gebouwde
omgeving. Het vraagstuk van de identiteit van het kunstwerk en zijn
relatie tot de openbaarheid wordt daarbij gekoppeld aan bepaalde
radicale concepten uit de stedenbouw en de architectuur en omgekeerd
worden dilemma's omtrent de architectonische en stedenbouwkundige
programmering van de openbare ruimte verbonden met conceptuele 'oplossingen'
uit de beeldende kunst", aldus Van Winkel in de inleiding van
zijn boek. De jury stond voor een probleem bij het nomineren van
Moderne leegte, de Jan Bart Klasterprijs is immers niet bedoeld
voor een boek maar voor artikelen. De oplossing voor dit probleem
werd gevonden door de drie hofdstukken in het boek op te vatten
als zelfstandige artikelen. In het juryrapport wordt vermeld dat
een hoofdstuk als verkorte vorm als artikel in de Archis heeft gestaan.
Van Winkel zelf schrijft in de inleiding dat hoewel de verschillende
hoofdstukken met opzet relatief zelfstandig van karakter zijn, in
het derde hoofdstuk de lijnen samen komen die in de eerste twee
zijn uitgezet. Onafhankelijk van de kwaliteit van Moderne leegte
lijkt deze kunstgreep van de jury een bevestiging van de identiteitscrisis
en rolverwarring in de wereld van de kunstkritiek.
 |
Marina van den Bergen
|