|
Architectuur als decor - reactie
12
maart 2001
Floortje Louter schreef een lovende recensie over
het samenwerkingsproject van choreograaf Frédéderic Flamand en architecte
Zaha Hadid, de dansvoorstelling Metapolis. Pauline van Roosmalen
reageert hierop, volgens haar was er nauwelijks enige synthese tussen
choreografie en decor.
|
 |
Er was een tijd dat, uitzonderingen daargelaten, architecten zich
bezig hielden met architectuur en theatermakers zich concentreerden
op theater. Dat wil niet zeggen dat 'theater' vreemd is aan het
wezen van architectuur, of theater zich nooit met architectuur heeft
ingelaten. Er zijn voldoende voorbeelden van theatrale architectuur
en architectonisch interessante decors. Het is niet altijd duidelijk
waar het één ophoudt en het ander begint: een kwestie
van de juiste balans.
Die balans ontbreekt in de voorstelling 'Metapolis' die choreograaf
Frédéric Flamand maakte voor zijn dansgezelschap Charleroi/Danses-Plan
K. Wat heet een samenwerking te zijn tussen choreograaf en decor-
en kostuumontwerper (architecte Zaha Hadid) eindigt vooral als een
conventionele theatrale vertoning van het gedachtegoed van de laatste.
Wat we zien is een decorstuk in de vorm van een soortement brug,
opgebouwd uit drie gestapelde lagen die afzonderlijk te verplaatsen
zijn, een achterdoek met wisselende beelden (stadsbeelden, tentenkampen,
sloop) die veelal weergaven zijn van projecties op de bovenzijde
van de decorstukken of op lappen stof (gebruikt als los element
of als kledingsstuk van de dansers), eindeloze lichtwisselingen,
en dans.
In die volgorde. De betekenis en kwaliteit van de dans aan de voorstelling
is nagenoeg te verwaarlozen. Of het zou moeten zijn dat de bewegingen,
dankzij de fysieke mogelijkheden van de dansers, de kledingstukken
soms zodanige vormen doen aannemen dat de daarop geprojecteerde
beelden in wel zeer grillige vormen op het achterdoek te zien zijn.
Vanwege hun nietigheid in relatie tot het decor alsook de totaal
oninteressante dansfrases hadden de dansers, waren ze geen intermediair
voor de filmbeelden geweest, evengoed weggelaten kunnen worden.
Ook wanneer de voorstelling niet als dans- maar als theatervoorstelling
wordt beoordeeld krijgt 'Metapolis' van mij een dikke onvoldoende.
Onder andere vanwege de frequente en platvloerse clichés
en het welhaast ontbreken van ruimte voor eigen interpretaties door
de toeschouwer. Ter illustratie: het uitgesproken en indringende
karakter van het beeldmateriaal ontneemt de kijker alle ruimte voor
eigen associaties met het thema van de voorstelling; de overgang
van eigentijdse muziek, die de filmbeelden van luchtopnamen van
steden begeleidt, naar stemmige vioolmuziek wanneer de film beelden
toont van tentenkampen en mensen die manden met klei volscheppen,
is een wel erg platgetreden pad; om nog maar te zwijgen van een
scène waarbij de belichting een ondergaande zon suggereert,
de muziek associaties oproept aan Californië of Hawaï
en dansers heupenwiegend over het toneel gaan.
Flamands belangstelling voor ruimte, beweging, tijd en de onderlinge
manipulatie en interactie tussen deze drie is niet slechts voor
de gelegenheid uit de kast gehaald. 'Muybridge', de voorstelling
die Flamand ontwikkelde in samenwerking met architecten Diller &
Scofidio en vorig jaar in het Muziektheater in Amsterdam te zien
was, was door dezelfde thema's geïnspireerd. Het verschil met
de huidige voorstelling is echter dat in 'Muybridge' (hoewel soms
wat langdradig) een interessante en prikkelende voorstelling was.
Dat kan van 'Metapolis' niet gezegd worden.
De vraag is wat de makers met 'Metapolis' met hun samenwerking beogen,
op welke manier die samenwerking tot stand komt en hoe deze functioneert.
Want terwijl Hadids bijdrage niet uitstijgt boven het niveau van
een goed decor- of kostuumontwerper, kan het eindproduct nauwelijks
het resultaat van een evenwichtige samenwerking tussen beide ontwerpers
genoemd worden. Waarom interdisciplinair werken als het eindresultaat
niet meer oplevert dan een thema, een dominante maar traditionele
aankleding en een niet overtuigende choreografie? Met ingenieuze
filmprojecties, een fraai vormgegeven decorstuk en een kast vol
kostuums maak je geen boeiend 80 minuten durend theater.
Hadid heeft haar visitekaartje als decorbouwer afgegeven. Wat mij
betreft mag ze door naar een volgende productie mits haar bijdrage
en die van de choreograaf (of om het even welke theatermaker) tot
een vruchtbaarder kruisbestuiving leidt en een in álle opzichten
interessante voorstelling ontstaat. Flamand en Hadid zijn daarin
niet geslaagd.
De images waar Hadid volgens Max van Rooy (NRC Handelsblad
2 maart 2001)alleenheerseres van is, leveren geen boeiende theatervoorstelling
op. Daarvoor is het NAi mogelijk toch meer het aangewezen medium.
Of een boek.
Degene die meer wil weten over de wisselwerking tussen architectuur
en beweging vervoege zich 26 maart bij de TU Delft. Daar zal choreografe
Krisztina de Châtel een lezing geven tijdens de Stylos-workshop
'Ontwerpcontrast. Research in Motion'.
Pauline van Roosmalen
|