|
J.J.P. Oud in het Zonnetje
18 mei 2001
De hele zomer lang staat het NAi in het teken van
J.J.P. Oud. Alle expositiezalen zijn gevuld met het werk van deze
pionier van de Nederlandse moderne architectuur. De tentoonstellingsruimte
van het NAi is voor het eerst sinds de opening weer toegankelijk
voor het zonlicht, een verademing. Badend in dit zonlicht staat
de installatie 'Welcoming Arms' die de Amerikaanse architect Philip
Johnson, vriend en bewonderaar van Oud, speciaal voor deze tentoonstelling
ontwierp. En om het feest compleet te maken verscheen gelijktijdig
een uitputtende studie: 'J.J.P. Oud, Poëtisch functionalist'.

De meer dan levensgrote foto van De Kiefhoek
van Oud |
 |
Binnenkomend in de Grote Zaal van het NAi is het allereerst wat
opvalt het licht. De ramen zijn dit keer niet dichtgeplakt, de balkonzaal
is geopend en de 'zoldervloeren' laten het daglicht weer binnenstromen.
Het is een verademing om de ruimte eindelijk weer eens in zijn geheel
te kunnen ervaren. Zo slecht was die oorspronkelijke zaal nog niet.
Het is - in tegenstelling tot wat de tentoonstellingsinrichters
jarenlang beweerden - wel degelijk mogelijk een tentoonstelling
in deze zaal in te richten zonder alles dicht te zetten. Eenmaal
binnen wordt de bezoeker geconfronteerd met de installatie van Johnson.
De oude vos is het nog steeds niet verleerd. Beter dan zijn voorgangers
die grote installaties voor de zaal ontwierpen (onder andere Daniël
Libeskind en Tom Mayne ) krijgt Johnson met twee grote zwierige
lijnen de ruimte in zijn greep. In het korte, maar erg leuke video
interview zegt Johnson dat hij even dacht een installatie in de
geest van Oud te moeten maken. Uiteindelijk begreep hij dat het
beter was een architectuur van deze tijd als gebaar naar zijn vriend
te maken.

Landhuis Essen-Vinckers, Blaricum (1915-1916)
Een van Ouds minder bekende werken. |
 |
Op de tentoonstelling is al het werk van Oud (1890-1963) opgenomen.
De auteurs van het boek, Ed Taverne, Cor Wagenaar en Martien de
Vletter, hebben ook het vroegste werk van Oud teruggevonden. Zoals
veel architecten van naam was Oud ook niet vies van het wegpoetsen
van zijn verleden. Zelf vond hij dat zijn echte werk als architect
pas begon met De Stijl. Daarvoor had hij echter een vrij uitgebreide
loopbaan als architect in Purmerend achter de rug. Hij was in die
tijd bevriend met Berlage (voor zover je met Berlage bevriend kunt
zijn aldus Taverne) en beïnvloed door de Engelse Arts and Crafts
beweging. Een grote hoeveelheid tekeningen en foto's uit die periode
zijn ondergebracht op de omgang van de Grote Zaal. Op de verdieping
wordt verder aandacht geschonken aan de periode De Stijl, waarvan
al het materiaal meerdere malen te zien is geweest en aan het werk
van na de Tweede Wereldoorlog. Deze periode was voor Oud uiterst
moeizaam. Hij had in de periode '20/'30 grote bekendheid als voorloper
van de Moderne beweging. Langzamerhand begon Oud steeds meer zijn
eigen weg te gaan. Eerst door te breken met De Stijl, later door
te zondigen tegen de principes van het Modernisme toen hij ornament
aanbracht op het hoofdkantoor van BIM - Shell in Den Haag.
Die stap zorgde voor onbegrip bij Philip Johnson, de architect die
hem als historicus en conservator van de invloedrijke tentoonstelling
The International Style de hoogte had in geschreven en die hem had
gevraagd een ontwerp voor een woonhuis van zijn ouders te maken.
Johnson liet hem vallen en hij was de enige niet.

Welcoming Arms, de installatie van Philip Johnson
ter ere van Oud |
In de Grote zaal zijn twee enorme portretten van Oud en Johnson
naast elkaar aan de wand gehangen. Daartussen wordt de dialoog getoond
die zij grotendeels in de vorm van brieven met elkaar voerden. Verder
is de Grote Zaal gevuld met de bekendste werken en een aantal meubelontwerpen.
Erg mooi is de enorme foto van De Kiefhoek die zorgt door een vervreemdend
perspectivisch effect.
Het is wel jammer dat de inrichters zo hebben vastgehouden aan oorspronkelijk
materiaal. Iets meer foto's van de huidige situatie van de gebouwen
had toch best gekund. Het had de minder ingevoerde leek geholpen
om de tekeningen en maquettes wat beter te begrijpen. De video's
die nu over de gerealiseerde gebouwen zijn gemaakt maken wat dat
betreft iets, maar niets alles goed.

Woonhuis Plate 1960, een helaas niet gerealiseerd
ontwerp uit de periode waarin Oud op een nieuwe meer poetische
manier terugkeerde naa De Stijl |
Het is op dit moment nog niet mogelijk uitgebreid op de 600 pagina's
dikke publicatie in te gaan. Het ziet er wel zeer verzorgd en uitputtend
uit. Maar ook in het boek lijkt sprake van een overdreven respect
voor de originele bron. Vrijwel het gehele boek bestaat uit zwart-wit
foto's en er zijn geen recente kleurenopnamen opgenomen terwijl
kleur toch een belangrijke rol speelt in veel van Ouds ontwerpen.
En als er dan toch een kleurenfoto in het archief is gevonden dan
komt dat ridicule respect weer bovendrijven: de foto's van de Spaarbank
in Rotterdam zijn exact gereproduceerd inclusief de magenta kleurzweem
die in de loop der tijd is ontstaan. In zo'n prestigieus, duur en
uitputtend boek had toch wel iemand 5 minuutjes met Photoshop aan
de gang kunnen gaan om de kleur in zijn oorspronkelijke tinten te
tonen?
Maar dat zijn kleine smetjes op een manifestatie die een groot
architect als Oud waardig is.
Piet Vollaard
Expositie: J.J.P. Oud - Philip Johnson,
een dialoog. 19 mei - 9 september in het NAi meer info zie website
NAi
Excursie: zaterdag 26 mei organiseert ArchiCentre een busexcursie
langs Rotterdamse projecten van Oud. Informatie: 010-4369909
Publicatie: J.J.P. Oud 1890-1963 Poetisch Functionalist,
red.: Ed Taverne, Cor Wagenaar, Martien de Vletter, 576 pgs, NAi
Uitgevers, ISBN 90-5662-198-X, Nlg 150,=,
|