|
Wrijving geeft glans
5 maart 2002
Als stad en stedelijkheid het resultaat zijn van
planning, toeval en feitelijk gebruik, wat is dan een creatieve
stad of stedelijkheid die creativiteit bevordert? Nog meer het resultaat
van toeval. Want creativiteit is helemaal 'onplanbaar'.

AVL-ville Rotterdam, Joep van Lieshout |
 |
De sprekers op de conferentie Creatieve Steden, gehouden op donderdag
21 februari in Amsterdam en georganiseerd door de Vereniging Deltametropool
en Forum, probeerden toch een recept te vinden. Aan welke voorwaarden
moet een stad voldoen zodat de kans op het ontstaan van creativiteit
groeit? En hoe kan ruimtelijke ordening - als altijd extreem laag
op de politieke agenda, ook deze verkiezingsperiode weer - daarbij
helpen? Om deze vragen te beantwoorden was de hulp ingeroepen van
Gouden Eeuw-kenner Jonathan Israel en van hoogleraar planologie
Sir Peter Hall, bekend van prachtboeken als 'Cities of Tomorrow'
en 'Cities in Civilization'. Hall behandelde vooral dat laatste
boek, terwijl Israel vertelde over de aanloop naar de Gouden Eeuw.
Goed stadsbestuur is belangrijk, wisten beide sprekers te melden.
Politici knikten instemmend vanaf de eerste rij. Maar knikken is
één, beloven is twee en doen is drie. Daarbij: wat
is goed stadsbestuur? En wat is goed voor de creativiteit? En geldt
voor de Deltametropool hetzelfde als wat voor een stad geldt?
Handig boekje
Enkele antwoorden op deze vragen waren de congresgangers al bij
binnenkomst bekend. In het congresboekje 'Creatieve steden!/Creative
Cities!' staat de netwerkstad (de Deltametropool in dit geval) centraal.
Behalve een aangenaam heldere tekst van Zef Hemel van Forum, een
zelfstandig onderdeel van het Ministerie van VROM, bevat de uitgave
acht creatieve stedentips. Het goede in de tips zit hem in de degelijke
economische onderbouwing. Geen luchtfietserij met onbetaalbare voorstellen,
maar verhalen over moedige, jonge ondernemers, over het belang van
congestie voor interactie, over geld en cultuur, over sturen met
programma (dat lijkt me op de schaal van de Deltametropool onmogelijk)
en over het belang van het stadseigene. Wat is bijvoorbeeld typisch
Amsterdams? En kan dat versterkt worden? Daar is nog wel een antwoord
op te geven. Maar wat is dan des Deltametropools? Het Groene Hart
misschien? Maar een goed doortimmerd ontwerp voor het Groene Hart
is nog ver weg. Vreemd, want de Deltametropool is toch veel meer
dan wat steden en infrastructuur. Ach, zonder burgemeester, wethouders
en electoraat blijft het toch vooral steken in goede bedoelingen.

25 KV gebouw, verzamelgebouw voor audiovisuele
bedrijven in Rotterdam, ontwerp RWA |
 |
Nog meer vragen
Het boekje roept ook vragen op. Creativiteit wordt nogal romantisch
behandeld, zoals ook het woord 'inspiratie' altijd overschat wordt.
'Een pand is zeer belangrijk voor creativiteit', staat er, en: 'een
systeemplafond kan bijvoorbeeld al fnuikend zijn'. Onzin: creatief
zijn is hard werken en waar je dat doet maakt niet uit. Ook de waarde
die wordt toegekend aan zogenaamd 'lage', lokale cultuur bevindt
zich voornamelijk in de romantisch-alternatieve hoek. Naast 'politiek
correct' hebben we nu ook 'cultureel correct'. Dat lijkt vreemd:
André Hazes komt veel eerder in aanmerking voor het predikaat
'typisch Nederlands' dan de gemiddelde IJsbreker-artiest. Maar het
onderdeel over popmuziek in de lezing van Sir Peter Hall gaf een
andere invalshoek. Creatief hoogtepunt in de vorige eeuw was de
opkomst van de rock 'n' roll met de Sun Studio van Sam Phillips
als kloppend hart. Dankzij die studio, en door de aanwezigheid van
vele artiesten in de directe omgeving (Elvis Presley woonde vlakbij)
ontstond daar iets moois. Tegenwoordig is popmuziek natuurlijk wereldomvattende
massacultuur, maar in 1950 was het samenbrengen van twee werelden
in het op segregatie drijvende zuiden van de USA een politiek en
cultureel statement van de eerste orde. Dat bedoelt het boekje dus:
innovatief ondernemerschap is een absolute voorwaarde voor culturele
bloei. En dat kan in iedere stad die daar open voor staat.
Angst is dodelijk
En met dit voorbeeld liet Hall tegelijk zien dat de termen 'globalisering'
en 'netwerkstad' niet de verlossende toverwoorden voor de moderne
planologie zijn. Juist 'waar' iets is, is belangrijk. Bereikbaarheid
moeten we niet uitvlakken, maar nabijheid is veel vaker doorslaggevend.
De praktische tips in het boekje onderkennen dit. Streef complementariteit
tussen de steden na, doe waar je goed in bent. En de 20-minuten
spoorverbinding tussen Amsterdam en Rotterdam is vooral van belang
vanwege nabijheid en dus interactie. Want daardoor, en door 'schuring
of zelfs verzet ontstaan nieuwe gedachten'. Een stadsbestuur dat
niet bang is voor verzet van creatievelingen en een bevolking die
niet bang is voor anderen en andere ideeën, vormen de beste
garantie op een creatieve stad. Wrijving geeft glans, ook aan de
Deltametropool.
Allard Jolles
architectuurhistoricus
informatie: website Creative
Steden
|