Moderne architectuur hertekend
Op de valreep van de vorige eeuw verscheen bij Uitgeverij SUN
'Honderd jaar Nederlandse Architectuur 1901-2000, tendensen, hoogtepunten'
onder redactie van Leen van Duin en Umberto Barbieri. In het in
alle opzichten forse boek (kilo's zwaar, circa 30x30 centimeter
en 370 pagina's opdikkend papier), wordt een overzicht gegeven
van de belangrijkste momenten in de Nederlandse Architectuurgeschiedenis
van de laatste honderd jaar. Het meest opvallend - en het meest
waardevol - zijn de twintig bouwwerken die uitgebreid en geheel
hertekend zijn gedocumenteerd. Nog leuker is het uitgebreide,
drie meter lange calendarium: een compleet overzicht van alles
en iedereen dat een vaste plaats aan de muur van elke architectuurliefhebber
verdient.

Raadhuis Heerlen, Peutz |
Er valt op een ambitieuze onderneming als dit natuurlijk van alles
af te dingen. Wie durft immers nog te pretenderen een (volledig)
overzicht van wat dan ook te geven? Maar de eerste indruk is toch
bewondering, vooral over de meer dan uitgebreide set tekeningen
die bij elk project zijn afgebeeld. De tekst en de tekeningen concentreren
zich voornamelijk op het bouwkundig documenteren van de projecten.
De beschrijvingen zijn to the point, gaan zich amper te buiten aan
kunsthistorische blabla en zijn voorzien van een op het eerste gezicht
volledige literatuurlijst. Van elk project worden situatie en bouwmassa,
het programma, de ruimtelijke opbouw, de draagconstructie en de
afbouw- en afwerkingsconstructies beschreven. In tekeningen wordt
het project getoond als schuine projectie, situatie, alle doorsneden,
plattegronden en gevels, geveloorsneden schaal 1:20 en enige details.
De keuze van de projecten is voor een deel voor de hand liggend
- De Beurs, de Van Nellefabriek, Zonnestraal, het Burgerweeshuis
- maar soms ook eigenzinnig - tuindorp Vreewijk, Friedhoffs Rijkskantoor,
Nationale Nederlanden van Bonnema. Opvallend is het feit dat Bakema
of Van der Broek ontbreken, dat van Hertzberger niet Centraal Beheer,
maar de Apolloscholen zijn opgenomen, van OMA het Danstheater en
niet de Kunsthal en eigenlijk ook wel dat Bonnema opeens in deze
parade van hoogtepunten mag meelopen.
De argumenten die aan deze keuze ten grondslag lagen worden in
het boek niet echt uiteen gezet en lijken mede daarom in sommige
gevallen afhankelijk van persoonlijke voorkeur. Er is niets mis
met persoonlijke fascinatie, maar dan wel graag even uitleggen.

Calendarium (fragment) |
In de inleiding worden enige hoofdstromingen behandeld. Deze stilistische
aanpak doet wat ouderwets aan en is - gezien de bouwkundige in plaats
van een architectuurhistorische invalshoek - ook wel merkwaardig.
Waarom niet inleidingen over de ontwikkeling van gebouwtypologie,
constructiemethoden, vakbeoefening of iets dergelijks? Hoewel de
inleidingen Traditionalisme, Expressionisme, Functionalisme, Rationalisme
en Postmodernisme het totaal redelijk in beeld brengen, is ook hier
sprake van blinde vlekken. Ontwikkelingen die onder de trefwoorden
Forum, Team Ten en Structuralisme zijn samen te vatten - zeg maar
de eerste versie van een kritische houding ten opzichte van het
(vooroorlogse) modernisme vallen buiten de boot. Iets dergelijk
geldt voor de meer recente stroming die zich vanuit een technische
invalshoek met architectuur bezighoudt. Waar zijn OD 205, Benthem&Crouwel,
Cepezed, Hubert-Jan Henket, Zwarts en Jansma? Voor een overzicht
dat zich richt op de bouwkundige aspecten mag deze omissie toch
wel opvallend worden genoemd. Nederland mag dan geen echte High
Tech traditie hebben gehad, maar deze namen komen geen van allen
voor in het uitgebreide persoonsregister van bijna 500 personen
(OK, zowel Henket als BenthemCrouwel staan er wel in, maar alleen
omdat ze beiden de prijsvraag voor het NAi hebben verloren; een
schrale troost lijkt mij.) In het prachtige calendarium waarin ontwikkelingen
ten aanzien van hoofdstromingen in stedenbouw en architectuur langs
een tijdas zijn gelegd, worden deze omissies grotendeels weer goed
gemaakt.
Maar nogmaals, bewondering overheerst: dit boek moet in de bibliotheek
van elke architectuurliefhebber worden opgenomen.
Piet Vollaard
februari 2000
|
Honderd jaar Architectuur
in Nederland 1901-2000'
|
|
S.Umberto Barbieri, Leen van Duin (red),
mmv Willemijn Wilms Floet, Jaap de Jong en Piet van Wesemael,
Uitgeverij
SUN, 2000, 370p met losbladig kalendarium, Ned, fl.
99,-
ISBN 90 61686849
|
|
| |
|
|