Het gaat
goed met de stad
'City Levels'
en 'The City Transformed"
Twee recente,
Engelse boeken over stedenbouw geven het Nederlandse ontwerp ruim
baan. Het ene, City Levels, behandelt de stad aan de hand van
drie lagen: hoog boven, op en onder het straatniveau. Het menselijk
gebruik staat daarbij centraal. Het andere, City Transformed,
behandelt allerlei projecten, overal ter wereld, in stedelijk
gebied. Hier staat de kwaliteit van stedenbouwkundig en architectonisch
ontwerp centraal. Beide boeken hebben wel hetzelfde onderwerp:
de wederopstanding van de stad. Steden zijn weer in, er wordt
weer geleefd, gewoond en gewerkt. City Transformed legt uit hoe
dat is gekomen en met welke ingrepen er op dit moment aan de stad
wordt gewerkt. City Levels vertelt ons hoe we ervoor kunnen zorgen
dat de stad een succes blijft. En wat blijkt uit beide boeken:
Nederland en Nederlanders spelen een sleutelrol.
 |
 |
Dicht
Nederland was in de zeventiende eeuw het meest verstedelijkte
gebied ter wereld. Niet dat er de grootste steden of de hoogste
gebouwen te vinden waren, het was wel het dichtst bebouwd. In
1900 woonde ongeveer 10% van de wereldbevolking in steden, over
een paar jaar is dat 60%. In Nederland is dat gewoon, en het is
precies dát element van het Nederlandse stedenbouwkundige
ontwerp dat de samenstellers van beide boeken zo hogelijk waarderen.
De Amsterdamse binnenstad, waar 80.000 mensen wonen én
80.000 mensen werken, is ondanks de lage absolute aantallen, wel
een ideaalbeeld geworden. Nederland heeft een historisch gegroeide
traditie van goed gebruik maken van weinig ruimte. Verdichten,
mengen, stapelen en straks ook ondertunnelen zijn een soort tweede
natuur geworden.
Wedergeboorte
Er is nog een element in de recente stedelijke herwaardering:
de renaissance van het negentiende-eeuwse openbare gebouw, zoals
grote winkels, musea, bibliotheken en stations. Dat thema is niet
van Nederlandse origine. In de negentiende eeuw waren Parijs,
Londen en diverse andere Europese steden veel spraakmakender.
En in de twintigste eeuw, vanaf de jaren vijftig ongeveer, was
het de Amerikaanse stad, door de auto bepaald, waar de stedenbouwkundige
interesse lag. Het einde van de vorige eeuw leek voor sommigen
het failliet van de stad in te luiden. De rellen in Los Angeles
en aantoonbare, maar door verschillende romantici interessant
gevonden chaotische taferelen in Azië, waren de voorbodes
van desintegratie van stedelijk gebied. Niets bleek minder waar.
De voorspelde Apocalyps bleef uit en bleek slechts een voorlopige
waarschuwing.
Cultuur
De renaissance van het openbare gebouw zat er al wat langer aan
te komen. Sinds de jaren zestig is het 'arrogante universalisme
van de Moderne Beweging' op allerlei manieren aangevallen en bekritiseerd.
Jane Jacobs, Kevin Lynch, Robert Venturi, Aldo Rossi en Colin
Rowe worden in City Transformed ten tonele gevoerd als de redders
van de traditionele stad. De auteur stelt dat dankzij de boeken
van deze personen architecten van nu (zogenaamde 'signature architects')
in staat zijn met één ontwerp iedere stad een cultureel
icoon te geven. Frank Gehry's Guggenheim in Bilbao is een investering
die zich de komende jaren zal blijven uitbetalen. En hier komt
Nederland weer in beeld. Uit beide boeken blijkt dat juist Nederlandse
architecten (Rem Koolhaas voorop, waarom mag hij het Rijksmuseum
eigenlijk niet doen?) in staat zijn de identiteit van de moderne
stad adequaat in gewapend beton, glas en staal te vatten.
Haute couture
Subterranean Homesick Blues (Bob Dylan, 1967) staat als kopje
boven één van de stukken in City Levels. Waarom?
Symboliseert het een permanent verlangen van de moderne forens
naar zijn thuis tijdens de metroreis tussen werk en woning? Of
het verlangen naar een donkere plek, waar geen daglicht doordringt
(en geen toezicht is!) en waar de dakloze of de graffitikunstenaar
zich helemaal vrij voelt? Of symboliseert het de zoektocht naar
de ideale stad die, zo weet ook Bob Dylan ('Better jump down a
manhole') nooit bereikt zal worden, maar waar goede stadsarchitectuur
iedere keer weer een voorbode van zou moeten zijn. De stad van
nu komt voort uit de stad van toen en is op haar beurt weer de
moeder van de stad van straks. Architecten kleden het stadslichaam
aan, ze zijn de dressers of the city. Lees City Levels er maar
op na. Slechts een enkeling ontwerpt haute couture, en maakt gebouwen
met een aantrekkingskracht tot ver over de stads- en landsgrenzen.
Maar wat is haute couture? Mediagenieke architectuur van een beroemd
architect maakt een stad nog niet stedelijk. Het gaat weer goed
met de stad, kijk in City Transformed, maar dan vooral in door
ambitieuze burgemeesters en intelligente projectontwikkelaars
aangewezen deelgebieden. Haute couture, daar heeft de hele stad
wat aan. De waarheid ligt op straat, nee, de waarheid ís
de straat, de enige echte, werkelijk stedelijke ruimte.
 |
Allard Jolles
Architectuurhistoricus
(met dank aan Cobouw)
|
City
Levels
|
|
Ally
Ireson en Nick Barley (red.)
Uitg. August/Birkhäuser, fl. 76,30, ISBN 3-7643-6315-0,
importeur: Nilsson & Lamm, Weesp
|
 |
| |
 |
|
City
Transformed
|
|
Kenneth
Powell
Uitg. Laurence King, fl. 187,20, ISBN 1-85669-186-1,
importeur: Nilsson & Lamm, Weesp
|
 |
| |
 |
|