Het
Wilde Lezen
 |
'Archis is',
staat er in grote letters op de vrolijk gekleurde voorkant van
het eerste nummer van 2001 van Archis, tijdschrift voor architectuur,
stad en beeldcultuur. Vorig jaar zag het er even naar uit dat
het blad zou verdwijnen, maar dat is gelukkig niet gebeurd. Gelukkig?
Jazeker, want de inhoud van dit eerste nummer is veelbelovend.
Archis is ruim 120 bladzijden dik en daar zit weinig rommel tussen.
De inhoud is rijk, gevarieerd en biedt aandacht aan vele thema's
en problemen waar de vakwereld zich op dit moment voor gesteld
ziet. De bij een blad als Archis horende boek- en gebouwbesprekingen
staan er natuurlijk in, maar er is ook - net als in voorgaande
jaren - voldoende ruimte voor meer sociologisch of stedenbouwkundig
getinte artikelen. Zo is er aandacht voor de vrijetijdsindustrie,
voor de vinex-bewoner en wordt de Vijfde Nota virtueel door de
shredder gehaald.
Het belangrijkste verschil met de oude Archis is de vormgeving.
De chaotische aanblik van vroeger is vervangen door orde en overzicht.
Het storende Engels is weg, want Archis verschijnt nu in twee
aparte edities. De vrolijke kleuren op de voorkant corresponderen
met zes dossiers (onderzoek, politiek, innovatie e.a.) waarin
verschillende artikelen zijn gestoken die thematisch of journalistiek
bij elkaar horen. Daarbij komt nog de strakke inkadering van iedere
pagina, waardoor het zelfs mogelijk blijkt ieder artikel zijn
eigen lettertype te geven zonder dat het stoort. Boekbesprekingen
hebben de bladspiegel van pocketpagina's en een fax wordt afgedrukt
zoals hij binnenkwam. Ook de fotografie krijgt ruim baan. Vooral
het mooie werk van Gertjan Kocken (de boekenrubriek!) en Jacqueline
Schellingerhout (woningbouw van BIQ) valt op, gelukkig gevrijwaard
van in het beeld geplaatste teksten of onderschriften.
De vormgevers van Archis hebben nog iets toegevoegd. Iedere bladzijde
is voorzien van een perforatie, compleet met controlestrook, zodat
artikelen eenvoudig uit het blad gescheurd kunnen worden. In deze
tijd van steeds verdergaande, door de markt goed ingeschatte individualisering
(vrije kavels, het Wilde Wonen, maar ook de populariteit van doe-het-zelf
programma's, de MP3-walkman en de palmtop), kan iedere lezer zijn
of haar Archis ontdoen van ongewenste elementen - zero-tolerance.
Andersom kan natuurlijk ook: uitscheuren wat je wilt bewaren en
het enige dat je weggooit is de verpakking. Handig, want het aantal
professionele disciplines dat zich bezighoudt met onderwerpen
in Archis, is niet op de vingers van twee handen te tellen. De
perforatie, makkelijk af te doen als ontwerpersgeintje, blijkt
van wezenlijk belang voor het blad: de vraag 'wat is onze doelgroep'
hoeft niet eens meer te worden gesteld. Met wat klussen zijn we
het allemaal.
Allard Jolles
april 2001
(met dank
aan Cobouw)
Hoe de lancering van Archis
nieuwe stijl verliep is te zien en lezen op de ArchiNed
societypagina |