|
Lang leve de
auto
De fascinatie van
de Architect voor de Auto is zo oud als de glanzende fetish zelf.
Allard Jolles, Carchitectuurhistoricus, recenceert Carchitecture,
een prachtboek over de relatie tussen Architectuur en Auto(mobiliteit).
 |
| 'Carchitecture'
cover
|
 |
De twee eerder verschenen
prachtboeken in de serie over stedenbouw en maatschappij van uitgeverij
August/Birkhäuser, Breathing Cities en City Levels,
hebben er een minstens even geniaal broertje bij: Carchitecture.
Ook in dit derde deel zijn vorm en inhoud volkomen aan elkaar gewaagd
en uitmuntend verzorgd. Redactioneel zit het ook allemaal prima
in elkaar. De relatie tussen de gebouwde omgeving en de auto wordt
van alle kanten belicht zonder dat de informatie 'wijsneuzerig'
wordt opgediend. Het waarschuwende vingertje tegen CO2-uitstoot
of andere milieuellende is aangenaam afwezig. De teksten zijn luchtig
maar nergens oppervlakkig. Het boek is duidelijk gemaakt als bijdrage
aan de actuele verkeersdiscussies en slaagt daarin wonderwel. De
hersens worden op een goede manier geprikkeld, mede door het fantastische
beeldmateriaal. De gebruikelijke architectuurplaten en stedenbouwkundige
vogelvluchten ontbreken niet, maar worden afgewisseld met kunst,
antieke reclamefolders en speciaal voor dit boek vervaardigd fotowerk.
 |
City of speed
In 1925 schreef Le Corbusier in Guiding Principles of Town Planning:
'the city of speed is the city of succes.' De auteurs hebben zich
ten doel gesteld die zin te keuren op houdbaarheid, waarheid en
uitvoerbaarheid. Het antwoord laat zich raden: de city of speed
is leeg, asociaal en ongewenst - als je er ook wilt wonen tenminste.
Maar wat betreft autoverkeer is de 'stad van de snelheid' het onveranderde
ideaal. Een filevrije, nooit stilstaande ochtendspits blijkt nog
altijd onderdeel van het paradijs zoals verkeersplanologen zich
dat voorstellen. De ideeën van Le Corbusier en Hilbersheimer
uit het interbellum van de vorige eeuw worden afgewisseld met megastructuren
uit de jaren zestig. Zo krijgt Motopia van G.A. Jellicoe
ruim aandacht en ook Louis Kahn blijkt zich destijds te hebben laten
meeslepen door de mogelijkheden van integratie van autoweg en woning,
winkel en parkeerplaats in één gebouw. De snelweg
is in Motopia tegelijkertijd het dak van een Bijlmerflat-achtige,
over een idyllisch landschap uitgerolde megastructuur. Het aardige
is dat de auteurs ook allerlei recente voorbeelden van dergelijke
oplossingen laten zien. De megastructuur is terug van weggeweest.
Parkeren op het dak is inmiddels al heel gewoon (vooral bij meubelmegastores)
en 'bedrijven onder infrastructuur' treffen we ook in Nederland
in diverse steden aan. De ontwerpen van Nederlandse bureaus (NL
architects, Neutelings Riedijk) behoren zeker niet tot de minste
carchitecture in dit boek.
Woning als machine
Zoals wegen bij de stad horen, zo hoort de auto bij het huis. Carchitecture
besteedt daarom aandacht aan garages in alle soorten, benzinestations,
parkeerplaatsen op straat en aan de vormgeving van auto's. Dit wordt
ook in een historisch perspectief geplaatst. Le Corbusiers concept
van de 'woning als machine' blijkt tachtig jaar later te zijn omgedraaid:
de auto is net zoveel ons thuis als onze woning. In Carchitecture
is daarom veel aandacht voor het auto-interieur. Wat blijkt? De
verschillen met de huiskamer (Internetaansluiting, kleurentelevisie,
airco, autobreed tapijt) zijn bijna verdwenen. De walking cities
uit de jaren zestig zijn nooit van de grond gekomen, maar een driving
dwelling hebben we inmiddels allemaal. En in die huiskamer op
wielen is het goed toeven. Als we in de file staan kunnen we ons
scheren, omkleden, lekker lang bellen en tegelijkertijd van muziek
genieten. Soms is het ook een rijdend kantoor, met fax en computer
aan boord. De werkdag begint op de snelweg met thuiswerken in de
auto - niets is onmogelijk.
 |
| Inside
car
|
Tegen-beweging
De contramal van Carchitecture wordt ook niet overgeslagen.
Voetgangerszones zijn een direct gevolg van ons autocentrische gedrag,
net als een overdosis aan verkeersborden, verkeersdrempels, wegmarkeringen
(street tattoos) en andere abstracte symboliek. Zonder deze
tekens is het chaos troef en voelen weggebruikers zich ineens onzeker
en onveilig. Het opschonen van de openbare ruimte heeft zeker esthetische
voordelen, maar helemaal terug naar een lege stad is vragen om moeilijkheden.
Recente herinrichten bewijzen dat de auteurs er met die constatering
niet ver naast zitten.
Carchitecture is overal. Zelfs de corpulentie van de meeste
Amerikanen is er een direct gevolg van. Hoe dat zit? Niet zonder
humor ontvouwt de eindredacteur van het boek, Jonathan Bell, de
volgende theorie: de ultieme menselijke bevrediging van dit moment
is shoppen. Dankzij de auto en de ijskast kon de gezinsverpakking
ontstaan. In de achterklep van de auto verdwijnen iedere zaterdag
hele pallets bier, melk, toiletpapier en frisdrank. Bell: met een
diepvrieskist formaat lijkenhuis in de dubbele garage is een 'king-size
tub of vanilla ice-cream difficult to resist'. En daarom
zijn de Amerikanen dik en blijven grote auto's populair. De Smart
kan het schudden in de States. Een ander gevolg: hoe groter
de gezinsverpakking, des te langer de file. Huisje, boompje, autootje
blijft ons ultieme levensdoel en carchitecture vormt, alle
autovrije zondagen ten spijt, onomkeerbaar de ruggengraat van onze
samenleving.
 |
Allard Jolles,
Carchitectuurhistoricus
(met
dank aan Cobouw)
|
Carchitecture,
when the
car and the city collide
|
|
Jonathan
Bell (red.), August / Birkhäuser, importeur: Nilsson & Lamm
bv, Weesp,
ƒ 82,70 (€ 37,53)
isbn 3 7643 6454 8v
|
 |
|
|
 |
|