|
Denkers, bouwers
en boekenmakers
Hilde Heynen publiceerde
onlangs Architectuur en de kritiek van de moderniteit, Frank
Reijnders schreef de verhandeling Della Pittura, de schilderkunst
en andere media en Hans Ibelings maakte een boek over de architectuur
van Roberto Meyer en Jeroen van Schooten getiteld Meyer en Van
Schooten Architecten/ Deel 1. Allard Jolles schreef een recensie
over de drie publicaties.
 |
| cover
boek Hilde Heynen
|
 |
Hilde Heynen heeft mij
met haar boek Architectuur en kritiek van de moderniteit
flink aan het denken gezet en er vervolgens voor gezorgd dat ik
de halve bibliotheek en tweederde van mijn eigen boekenkast moest
herlezen. Daarvoor alle dank, ik lees immers graag en het was lang
geleden dat ik filosofieboeken in handen had. Filosofie? Wat heeft
dat met architectuur te maken? Goeie vraag, en het antwoord is mij
na het lezen van Heynens boek nog steeds onduidelijk. Wat moeten
we met deze tekst? Heynen verkent in haar boek de verhouding tussen
moderniteit, wonen en architectuur. Het zou een 'toegankelijke inleiding
in belangrijke kritische (in dit soort boeken stond vroeger: kritiese)
denkers als Benjamin, Adorno en Tafuri' moeten zijn. Maar daarvoor
wordt er veel te veel bekend veronderstelt bij de lezer. En blijft
er veel te vragen over. Waarom ontbreekt in een dergelijk boek filosoof
Wittgenstein, toch ook niet de eerste de beste, en nota bene zelf
de ontwerper van een woonhuis? Waarom zoveel aandacht voor Adorno
die, zo erkent ook Heynen, slechts één kort essay aan architectuur
heeft gewijd, en waarvan het op zijn minst twijfelachtig is of diens
andere teksten wel toepasbaar zijn op architectuur? Wat moeten we
met totaal abstracte denkers als Hegel in het zeer concrete architectuurveld?
De relatie tussen kunst en architectuur is al een moeilijke, laat
staan die tussen (kunst)filosofie en bouwkunst. Levert dat wel bruikbare
inzichten op? Ook na lezing van Heynens boek vrees ik dat de kruisbestuiving
van beide disciplines wel eens kinderloos zou kunnen blijven.
Kritiek
De mooiste stukken in het boek zijn tegelijkertijd de meest concrete.
De stedenbouw van Ernst May, de woonhuizen van Adolf Loos en vooral
Constants New Babylon worden voorzien van krachtige en goed geschreven
analyses. Maar de link met filosofie blijft moeilijk. Heynen, hoogleraar
Architectuur, Stedenbouw en Ruimtelijke Ordening in Leuven, is van
mening dat architectuur een kritische houding tegenover de moderniteit
kan aannemen. Kritische architectuur? Kritisch waarop? Het gebouw
ernaast? Heynen zoekt naar een 'autonoom kunstmoment' in de ontwerppraktijk
van architecten. Een kunstwerk is altijd autonoom, bestaat op zichzelf.
Architectuur is een ontwerpend vak, en maakt dus gebruiksvoorwerpen.
Een woning is pas een huis met iemand erin. Maar, zo redeneert Heynen,
tijdens het ontwerpen van een gebouw is er altijd een autonoom moment,
'waarin de architect louter en alleen met architectuur bezig is,
dat wil zeggen met het vormgeven aan ruimte.' En precies synchroon
met dat moment zit dan de kans kritisch te zijn. Als voorbeelden
van deze gedachtegang komt Heynen in de finale van haar boek met
Libeskind (Joods Museum, Berlijn) en het ontwerp van OMA voor het
Seacenter Zeebrugge. En dat is een teleurstelling voor de lezer.
Was het na 200 pagina's over wonen nou niet mogelijk twee woningen
te vinden waarmee de theorie kloppend gemaakt kon worden? En het
autonome kunstmoment is in beide voorbeelden hoogstens aanwezig
als een karikatuur of achteraf geconstrueerd.
 |
| cover
boek Frank Reijnders
|
 |
Schilderijen
De verhouding kunst - architectuur komt ter sprake als Heynen beschrijft
hoe Constant de negatieve aspecten van zijn stedenbouwkundige utopie
New Babylon alleen in schilderijen kon vastleggen. En dat is interessant,
want hier raakt Heynen de kern van het verschil tussen kunst en
architectuur. Ze bewijst hier dat kunst wél een kritisch standpunt
kan innemen. Dit idee staat ook centraal in het boek Della Pittura
van Frank Reijnders, die in meer dan honderd overdonderende pagina's
laat zien dat in - niet toevallig - juist schilderkunst in staat
is het verborgene te laten zien, en ons bewust kan maken van wát
we zien. We kijken in eerste instantie namelijk naar verf, zo stelt
hij, en niet naar een plaatje. En verf is niet transparant, stelt
niets voor, verwijst hooguit, is illusie. De verf doet ons vragen:
waar kijk ik eigenlijk naar? En dat antwoord blijft altijd vaag,
we kunnen hooguit gissen. De afstand tot de realiteit is groot.
En bouwkunst? Architectuur is realiteit, is per definitie geen illusie,
is echt.
 |
ontwerp
ING Bank Amsterdam
architect: Meyer en Van Schooten architecten
|
 |
Rechthoeken
Deze grondregel komt prachtig naar voren in het lekkerst ruikende
boek van 2001, over Meyer en Van Schooten. Dit duo, in het boek gepresenteerd
als liefhebber van de driedimensionale rechthoek en als bijna theorieloos,
is hét voorbeeld van relevante, hedendaagse bouwkunst. Hun architectuur
biedt ten eerste het door de spektakelmaatschappij gewenste visuele
vuurwerk, en is ten tweede eerlijk. Het hoofdkantoor van ING aan de
Amsterdamse Zuidas, nog niet eens af, 'doet' het nu al prima indien
plankgas vanuit de auto genoten, maar doet ons tegelijkertijd beseffen
dat we hier een driedimensionale esthetisering voorgeschoteld krijgen
van de plastic credit card, het ultieme symbool van onze huidige maatschappij.
Is dat kritisch? Nee, hun gebouw is geen statement tegen het grootkapitaal
of het bankwezen, dan hadden ze de opdracht wel geweigerd. Maar betekenis
heeft het wel. Meyer en Van Schooten weten heel precies wat ze willen.
Zelfs hun boek is ontdaan van alle raadsels, alle verlokkingen van
illusie. Het boek heeft geen rug, zodat het bindwerk zichtbaar is
en de techniek van het boekmaken de boekenkast opsiert. Tegelijkertijd
lijken de pagina's wel van plastic, nog glimmender dan een opgepoetste
Rolex. Het boek ligt daarmee direct in het verlengde van de bouwkunst
van het bureau en is daarmee even krachtig en onontkoombaar als de
architectuur die erin staat. Meyer en Van Schooten zijn de 21ste eeuwse
opvolgers van Mies van der Rohe, vanwege de volgende drie woorden:
architectuur is bouwen. En daar kan geen filosoof tegenop.
 |
Allard Jolles
(met
dank aan Cobouw)
|
Meyer
en Van Schooten Architecten / Deel 1
|
|
Hans
Ibelings, NAi
Uitgevers, fl 89,50
ISBN 90 5662 207 2
|
 |
|
|
 |
|
Architectuur
en kritiek van de moderniteit
|
|
Hilde
Heynen, Uitgeverij
Sun, fl 59,50
ISBN 90 6168 968 6
|
 |
| |
 |
|
Della
Pittura, de schilderkunst en andere media
|
|
Frank
Reijnders, met beeldextensies van Gerald van der Kaap, Uitgeverij
1001, fl 63,90
ISBN 90 71346 31 5
|
 |
|
|
 |
|