 |
Inhoud juli/augustus 1998
Sijtwende gebruikt grond dubbel: Woning
en weg. Wie in de regio Den Haag via Voorburg
naar Leidschendam rijdt, ziet een merkwaardige scheiding tussen beide gemeenten.
In een dichtbebouwd stedelijk gebied ligt een strook maagdelijk groen, waarop
schapen en paarden grazen. Deze strook is al zestig jaar onderwerp van discussie:
komt de Verlengde Landscheidingsweg (later Norah genoemd) er nu wel of niet.
Door een particulier initiatief is de impasse doorbroken. Het plan Sijtwende
combineert zware infrastructuur met woningbouw en enkele kantoren. Doordat
de weg ondergronds en gedeeltelijk in een holle dijk wordt aangelegd, wordt
het leefklimaat zo min mogelijk aangetast. In de tweede helft van dit jaar
begint de aanleg van de weg en de voorzieningen voor een hoogwaardige openbaarvervoerverbinding,
gevolgd door de woningen. Het geheel is naar verwachting in 2001 afgerond.
Sijtwende is niet alleen een doorbraak in een lang slepende belangenstrijd,
maar kent bovendien een verrassende woonomgeving en nieuwe woningtypologieën.
Een voorbeeld van intensief ruimtegebruik, ontwikkeld door private partijen
in samenwerking met gemeente, provincie en rijksoverheid. Door Josine Crone.
Lagere epc's voor utiliteitsbouw: Kosteneffectieve
energiebesparing. Begin 1999 wordt het Bouwbesluit
aangepast. De eisen aan de energieprestatie van utiliteitsbouw worden dan
zeer waarschijnlijk verzwaard, om een aanzienlijke energiebesparing in nieuwbouw
te bereiken. Het ingrijpendst zijn de wijzigingen voor bijeenkomstgebouwen
en ziekenhuizen. Maar ook andere soorten gebouwen krijgen te maken met hogere
eisen. Alleen voor onderwijsgebouwen blijft de EPC ongewijzigd. Aan de nieuwe
eisen kan volgens onderzoek van DHV AIB worden voldaan met een kostendekkend
pakket van energiebesparende maatregelen. Gestreefd wordt naar een besparing
van vijftien procent op het gebouwgebonden energieverbruik met gebruik van
gangbare technieken. Door ir Peter Vierveijzer.
Stedelijke investeringen 1999 - 2010 gekwantificeerd:
Rijk laat gaten vallen. Met onze steden gaat
het goed en slecht tegelijk. Slecht presteren de steden als we kijken naar
de economische groei, de werkgelegenheid, de inkomensontwikkeling van de
bevolking, de sociale veiligheid en de leefbaarheid. Goed gaat het met de
steden als we de economische innovatie centraal stellen, de zakelijke en
persoonlijke dienstverlening, de culturele vernieuwing, het onderwijs, informaticatoepassingen,
onderzoek en ontwikkeling. In een verstedelijkt land kunnen juist de steden
een bijdrage leveren aan de versterking van de nationale economische structuur.
Die bijdrage zal alleen dan overtuigend geleverd kunnen worden, als er voldoende
in de steden wordt geïnvesteerd. Daaraan heeft het in de afgelopen
decennia geschort. Zowel bij het kabinet als bij de stadsbesturen is het
besef aanwezig dat in de komende tien jaar de investeringsachterstand moet
worden ingelopen. Door H. Priemus.
Investeringsstudie te beperkt: 95 miljard
is niet genoeg. Er zal fors geïnvesteerd
moeten worden om de neergang van de steden te stoppen. Daar is iedereen
het wel over eens. Maar wie zal dat betalen? Ministeries studeren op nieuwe
fondsen, gemeenten bedenken investeringsvisies, marktpartijen richten hun
blik op de stad.Toch komen veel sectoren aandacht te kort. Door Dirk Dubbeling.
Corporaties, fiscus en VINEX: 'Een verliesgevende
operatie' Huizen van een half miljoen sloopt
hij. Hij verloor de strijd tegen de fiscale subsidies. En asielzoekers wil
hij er niet in. Directeur Hoefsloot van de Winschotense corporatie Acantus
zoekt de oplossing in koop na sloop en in overplaatsing van zijn bewoners
naar leegstaande, duurdere huurwoningen. Luxe perikelen in een problematische
regio. Door Vincent Bakker.
Peter Kuenzli en VINEX: De stadsfabriek
van Leidsche Rijn. Niemand weet hoe Leidsche
Rijn, met dertigduizend woningen Nederlands grootste VINEX-locatie, er in
het echt zal uitzien. En zo hoort het ook, meent Peter Kuenzli, directeur
van het projectbureau Leidsche Rijn. De zestien deelgebieden worden haast
fabrieksmatig ontwikkeld, met korte en snelle ontwerpcycli van rond de twee
jaar. Dat is nodig om te kunnen inspelen op veranderende inzichten en ontwikkelingen
in de markt en de samenleving. Volgens Kuenzli kan het ook moeilijk anders
in een zo groot, complex en langdurig project als Leidsche Rijn. Door John
Costers.
Zwitserleven-gevoel van Pi en Yushi: De
alchemie van opdrachten. Wanneer ben je een
goede opdrachtgever? Misschien alleen, als je niet weet wat voor soort gebouw
je krijgt en het gebouw uiteindelijk toch goed bij je organisatie blijkt
te passen. En als de architect niet precies weet wat voor soort gebouw hij
gaat ontwerpen, want in het begin weet hij niks van zijn opdrachtgever of
van de bedrijfsfilosofie. Een levensgroot risico? Soms, maar dat hoeft niet.
Dat blijkt na een bezoek aan het nieuwe hoofdkantoor van Zwitserleven in
Amstelveen. Door Gerda ten Cate.
Documentatie: Waarden. Woningbouw te Rotterdam Vreewijk. architectenbureau Lafour en Wijk
te Amsterdam, ontwerp M. Snitker.
Documentatie: Gerecycled vakantiehuis.
Woonhuis te Rijsbergen. N2-architekten te
Rotterdam, ontwerp Theo Kupers.
Documentatie: Gevleugeld. Woonhuis te Maastricht. Architecten Studio Levantkade te Amsterdam,
ontwerp ir Georges van Beers.
Netnieuws:EXPO
Ook in netnieuws? Stuur een e-mailtje met URL aan BOUW. |