 |
Inhoud oktober 1998
Tien jaar Booosting: platform
voor innovatie.
De
Stichting Industrieel Bouwen Nederland Booosting bestaat tien
jaar. Dit gezelschap van architecten, ontwerpers en vertegenwoordigers
uit de industrie kan terugblikken op een periode waarin door onderlinge
samenwerking aansprekende resultaten zijn bereikt. In de TU Delft
is een jubileumtentoonstelling ingericht waar staaltjes zijn te
zien van moderne productontwikkeling door Booostingparticipanten,
maar ook bedenksels die het net niet hebben gehaald. Bovendien vindt
er eind oktober een symposium plaats, waar vooral een blik vooruit
wordt geworpen. Industrieel bouwen is in Nederland namelijk nog
lang niet op het ambitieniveau van Booosting. Dat heeft te maken
met productontwikkeling, kennisverwerving en samenwerkingsvormen
in de bouwsector. Daaraan wordt in dit nummer van BOUW aandacht
besteed. Als voorbeeld van de samenwerking tussen ontwerpers en
producenten is het PIP-plafond onder de loep genomen. Het rechtstreeks
opdragen van werkzaamheden aan bouwdeelaannemers, om de beperkingen
te vermijden die zich volgens Booosting bij de traditionele samenwerkingsvormen
voordoen, komt ter sprake in het artikel over bouwen zonder hoofdaannemer.
Een typische Booostingontwikkeling op gebouwniveau ten slotte is
het kantoor XX, dat voortkomt uit een geheel nieuwe ontwerpfilosofie
over duurzaam bouwen. De artikelen zijn voorzien van signalementen
die een indruk geven van de producten die Booostingleden de afgelopen
jaren hebben ontwikkeld. Nu eerst ter introductie: heden, verleden
en toekomst van Booosting. Door Josine Crone.
Interdisciplinaire productontwikkeling:
afbouwelement combineert plafond met installaties.
Wie zou er nog een ambachtelijk gemaakte auto willen kopen, die
minder presteert dan een industrieel vervaardigde middenklasser
maar toch pakweg tien keer zoveel kost? Dat is uitsluitend een vraag
voor een liefhebber met veel geld. Over gebouwen zou je dezelfde
vraag kunnen stellen. Het verschil is dat er in deze branche geen
keuze bestaat. Ondanks de opmars van de prefabricatie is bouwen
nog steeds voor een belangrijk deel een ambachtelijk proces, dat
overigens door veel mensen machtig mooi wordt gevonden. Maar nadelen
zijn er legio. Uit gesprekken over hoogbouwprojecten met bouwers,
beleggers en projectontwikkelaars bleek dat vooral de onbeheersbaarheid
van het afbouwproces een probleem is. De kosten, de kwaliteit en
de planning staan voortdurend onder druk. Het prefabriceren van
grote afbouwelementen zou die beheersbaarheid aanmerkelijk kunnen
vergroten. Reden voor Booosting met een werkgroep aan de slag te
gaan en een compleet plafond- annex installatie-element te ontwikkelen,
dat prefab gemonteerd op een frame in korte tijd wordt opgehangen.
De interdisciplinaire werkwijze heeft een proefopstelling opgeleverd,
terwijl een fabrikant de mogelijkheden onderzoekt het product op
de markt te brengen. Door Josine Crone
Innovatie in organisatie: bouwteam
vervangt hoofdaannemer.
Bouwen met innovatieve materialen en technieken levert ook organisatorisch
nieuwe vragen op. Hoe bijvoorbeeld een aannemer te vinden die bereid
is dergelijk werk uit te voeren zonder torenhoge risico-opslagen?
Architectenbureau
Cepezed, Booosting-participant van het eerste uur, heeft een
eigen aanpak ontwikkeld om hun moderne high tech-architectuur te
realiseren. Zij gingen rechtstreeks zaken doen met onderaannemers.
Dat leverde aanvankelijk scheve ogen op van belangenorganisaties,
die meenden dat Cepezed oneigenlijk bezig was. Acht jaar geleden
hebben zij daarom Bouwteam
General Contractors opgericht, een zelfstandig ingenieursbureau,
dat de uitvoering van bouwwerken verzorgt door partieel aanbesteden
bij gespecialiseerde bedrijven. De coördinatie van de uitvoerende
partijen is in handen van Bouwteam. Omdat het vaak gaat om nieuwe
technieken, begeleidt Bouwteam ook de engineeringsfase tijdens de
planvoorbereiding. Cruciaal is het vinden van de juiste bedrijven
en de onderlinge afstemming. Kostenbesparing is niet het hoofddoel,
maar wel een prettige bijkomstigheid, meent Harry van Heeswijk,
directeur van Bouwteam. Door Josine Crone.
Niets zo duurzaam als een tijdelijk
gebouw: kantoor XX toont alternatieve ontwerpbenadering.
Waarom bouwen we kantoren voor de eeuwigheid, terwijl doorgaans
al na twintig jaar een grondige renovatie nodig is? Heeft het zin
de technische levensduur op te stuwen naar een ongekende hoogte,
terwijl de economische en functionele levensduur veel eerder is
verstreken? Nee, concludeert architect ir Jouke Post. De directeur
van Post Ter Avest architecten en voorzitter van het gezelschap
Booosting heeft met partners een kantoor ontworpen met een levensduur
van twintig jaar. Eind 1998 nemen de bureaus Post Ter Avest, Jan
Brouwer Associates en Tuns en Horsting hun intrek in XX. Post beklemtoont
dat XX geen tijdelijk gebouw is, maar een gebouw met een eindige
levensduur. Door Josine Crone.
VINEX in Helmond: romantiek herleeft
in Brandevoort.
Oude tijden herleven in de VINEX-wijk Brandevoort in Helmond. Geïnspireerd
door de klassieke Brabantse dorpen komen hier straks romantische
huizen met schuine daken, staande ramen en een hoge begane grondverdieping,
aan korte straten, steegjes en pleinen. Redelijk gewaagd, noemt
gemeentelijk projectmanager Jan Blok de aanpak in Brandevoort. Maar
Helmond kan zich nu eenmaal geen grote moderne architectonische
avonturen permitteren. De markt is kwetsbaar, zeker op termijn,
dus kiest de stad voor een concept dat in de concurrentie met de
dorpen in de omgeving overeind kan blijven. Door John Cüsters.
Bouwen op de beurs: nieuwe financieringsbron
onder de loep genomen.
De stijgende aandelenkoersen van de afgelopen paar jaar spreken
velen tot de verbeelding. Kort na elkaar werden onlangs door het
NIROV en Quintis bijeenkomsten gewijd aan de mogelijkheid van een
gang naar de beurs door corporaties en zelfs gehele (achterstands)wijken.
Toeval of een nieuwe trend? Feit is dat er de komende jaren nog
vele miljarden guldens nodig zijn om de ambitieuze doelstellingen
die op het gebied van de volkshuisvesting zijn geformuleerd, te
verwezenlijken, en een beursnotering kan via emissies van aandelen
geld opleveren. Maar beantwoorden corporaties en wijken aan de eisen
die van beleggerszijde worden gesteld? En in hoeverre zijn de bewoners
van de huizen en wijken met een eventuele beursgang gediend? Het
sociale aspect van de sector lijkt vooralsnog moeilijk te verenigen
met het zakelijk aspect van een beursgang. Beleggers eisen een blijvende
waardegroei en winstperspectief. Waarschijnlijk verkeren oude wijken
nog in veel te slechte staat om 'naar de beurs gebracht te worden'.
Maar wellicht zijn ze wel interessant voor vastgoedfondsen, waarvan
sommige beursgenoteerd zijn. Mogelijk hebben zij zelfs al onroerend
goed in oude wijken in hun portefeuille. Hoewel een oudewijkenfonds
moeilijker voorstelbaar is dan een corporatiefonds is het nut van
het eerste groter. Corporaties zijn al zelfstandige ondernemingen
kunnen ook op andere wijzen aan geld komen. Bovendien stellen corporaties
hun huurders niet bloot aan de grillen van de markt. Het gaat op
de beurs immers niet eeuwig crescendo. Het verbeteren en beheren
van oude wijken is daarentegen nog volledig afhankelijk van immer
onzekere en uiteenlopende bronen, zoals rijksgelden en van ontwikkelaars
en ... woningcorporaties. Als de aandeelhouders uitgelegd wordt
dat een hoogwaardige kwaliteit van de openbare ruimte zorgt voor
een maximaal rendement op het onroerend goed zullen zij een directie
of bestuur van het fonds daarvoor naar ik hoop belonen met een koersstijging.
Door Hans Stevens.
Monumentaal beleggen: pleidooi
voor nationaal monumenten fonds.
Marktgericht denken en het gevoel voor commerciële oplossingen zijn
onderontwikkeld op de monumentenmarkt. Er is tot op heden geen structurele
financiering gevonden voor het behoud van ons cultureel erfgoed.
Monumenten zijn voor uiteenlopende doelgroepen waardevol onroerend
goed, waar in toenemende mate vraag naar is. Ook voor beleggers
heeft deze markt potentie. De combinatie van schaarste en toenemende
vraag betekent dat de waarde van deze panden zal stijgen. Naast
de bereidheid van de rijksoverheid en de markt om te investeren,
bestaat er nu ook belangstelling voor alternatieve financieringsstrategieën.
Een Nationaal Monumenten Fonds kan op efficiënte wijze meer geld
genereren voor het behoud en hergebruik van monumenten. Door Irma
van Leeuwen.
Corporaties en VINEX: 'Wij gaan
de regie voeren'.
Op buitenstedelijke locaties heersen projectontwikkelaars. Corporaties
proberen nu in de steden de regie te veroveren. Zo ook in Bergen
op Zoom. Daar is in de wijde omgeving geen VINEX-locatie te bekennen.
Toch zijn de problemen er niet minder om, net als in al die andere
middelgrote steden. Directeur Kamp van Woningstichting Spectrum:
'Gemeenten hebben geen geld meer. Wij gaan nu de regie voeren bij
de aanpak van het publiek-private gebied.' Door Vincent Bakker.
Documentatie: Schakels.
Bedrijfsgebouw te Rotterdam. Zwarts & Jansma architecten te
Abcoude.
Documentatie: Geen boerderette.
Woningen te Breda. Dobbelaar De Kovel De Vroom architecten te Rotterdam.
Documentatie: Het villagevoel.
Woningen te Leiden. Splinter architecten te Den Haag, ontwerp ir
Jan Splinter.
Documentatie: Fantastisch.
Appartementen te Haarlem. Atelier Zeinstra Van der Pol te Amsterdam,
ontwerp Herman Zeinstra.
Documentatie: Op weg naar status.
Bedrijfsgebouw te Zuidland. Hofhuis De Kluijver architecten te Rotterdam
en Maastricht, ontwerp Han de Kluijver.
Netnieuws
Ook in netnieuws? Stuur een e-mailtje met URL aan BOUW.
|