 |
Inhoud januari 1999
De wipkip voorbij: nieuwe kijk
op buitenruimte uitdaging voor ontwerpend en bouwend Nederland.
Is er een relatie tussen de opkomst van het grand café en
de algemene belangstelling voor de buitenruimte? Hoe is het gekomen
dat mensen opeens overal op straat zijn gaan zitten, niet gestoord
door uitlaatgassen? Het is aannemelijk dat de luie inbeslagname
van straat, plein en stoep ertoe heeft geleid dat mensen met een
nieuwe blik naar hun leefomgeving zijn gaan kijken. Je kunt dan
als gemeente niet achterblijven. De Omgevingsarchitectuurprijs,
een initiatief van de leveranciers van materialen voor de buitenruimte,
timmert al zes jaar aan de weg om het ontwerp en de aanleg van de
buitenruimte populairder te maken. De prijs verdient meer aandacht.
Door Gerda ten Cate.
De herrijzenis van Rotterdam:
fictie en werkelijkheid van hoogbouw.
De Rotterdamse gemeenteraad liet in de zomer van 1998 onderzoek
doen naar de kansen en bedreigingen van hoogbouw in de stad. John
Worthington, een Britse hoogbouwdeskundige met een internationale
reputatie, was daarvoor aangetrokken. Directe aanleiding voor het
onderzoek waren vragen uit de markt om een aantal superhoge gebouwen
te mogen realiseren; verder speelde mee het structuurplan van Rotterdam
voor de 21e eeuw. Het gemeentebestuur wil partijen best ter wille
zijn, maar draagt ook een grote publieke verantwoordelijkheid. Worthington
kreeg dus de vraag voorgelegd wat het economisch, maatschappelijk
en stedebouwkundig nut is van (super)hoogbouw in Rotterdam, vergeleken
met de situatie elders op de wereld. De Engelse professor raadde
het gemeentebestuur aan geen al te grote verwachtingen te hebben
van hoogbouw in de stad. Zo je al hoogbouw wilt, moet je die concentreren
in één zone, nabij het station. Maar misschien is
de introductie van de groundscraper veel interessanter voor Rotterdam.
Door Gerda ten Cate.
De facilitaire stad: grenzen
tussen publiek en privaat vervagen.
In zijn boek De facilitaire stad heeft Gerard Wigmans het grondbeleid
van Rotterdam als voorbeeld genomen om de stuurbaarheid van ruimtelijke
ontwikkelingen te onderzoeken. Het stedelijk ontwikkelingsproces
blijkt onberekenbaar, omdat marktfluctuaties doorwerken in het functioneren
van publieke organisaties. Een belangrijke constatering, niet alleen
voor Rotterdam. Door Dion Kooijman.
Integrale aanpak: optimisme
in jaarverslagen.
De woningbouwproductie daalt, het aantal opdrachten in de publieke
sector vermindert, de utiliteitsbouw groeit en in de gww is nog
veel te doen. Dat blijkt uit opgaven van onder meer het CBS. Hoe
reageren beleggers, projectontwikkelaars en bouwondernemers op deze
ontwikkelingen? Uit hun jaarverslagen valt op te maken dat zij hun
interesse richten op duurzaam bouwen, herstructurering van naoorlogse
wijken en een integrale aanpak van nieuwe projecten. Door Dirk Dubbeling.
Spoorzone Tilburg: luxeproblemen
van een stad.
Cast, het architectuurcentrum in Tilburg, organiseerde drie avonden
over de stationszone. Heel Tilburg leek te zijn uitgelopen. In de
hal van theater De Vorst lag het magazine, dat de gemeente in juli
uitbracht over de stationszone, met daverende koppen als: Tilburg
runner-up, Klassiekers van de stationszone, Stationszone is een
winnaar. En: Je moet van Tilburg geen Tokyo willen maken. Je vraagt
je af wie er nog voor dit type proza valt. Tijdens de laatste avond
werd een wit konijn uit de hoed getoverd: Riek Bakker gaat haar
onderhandelingsstedebouw ook in Tilburg toepassen. Na Utrecht moet
Tilburg niet moeilijk zijn. Of juist wel? Door Gerda ten Cate.
Projectmanagers en VINEX:
een oceaan van woningen.
De VINEX-locatie Leidschenveen lijkt op papier een van de lastigste
van Nederland. De vele verkeers- en spoorwegen in de omgeving bergen
het gevaar in zich van een geïsoleerde en moeilijk tot een
eenheid te smeden wijk. De stedebouwers van Leidschenveen hebben
voor dit probleem een creatieve oplossing bedacht. De infrastructurele
barrières zijn gepromoveerd tot akoestische landschappen,
die zowel het geluid dempen als ruimte scheppen. Een gesprek met
Maurits Klaren, supervisor en directeur van het Ontwikkelingsbedrijf
Leidschenveen, over het primaat van de stedebouw in Nederlands meest
ontsloten VINEX-locatie. Door John Cüsters.
Licht in de stad: outdoor
lighting application.
De kwaliteit van de openbare ruimte na zonsondergang staat of valt
met een goede buitenverlichting. Het ontwerp van een verlichtingsplan
verdient dan ook bijzondere aandacht. Niet alleen om te voldoen
aan de behoefte aan veiligheid en oriëntatie, maar ook om stad
en dorp te promoten. Bij het ondergaan van de zon veranderen immers
nog veel stedelijke locaties in grauwe gebieden met weinig aantrekkingskracht.
Dat kan anders. Spannender, beter, mooier. Bij het Outdoor Lighting
Application Centre in Lyon zijn de effecten van allerlei buitenlampen
te zien in een realistisch decor. Dichter bij huis is er een opvallende
vraag naar armaturen op maat. De VINEX-locaties Leidsche Rijn, Stadshagen
en Leidschenveen worden voorzien van een eigen paal met lichtkroon,
waarmee zij zich hopen te onderscheiden van de doorsnee buitenwijk.
Door Josine Crone.
Documentatie: nieuwe status.
Drie woonhuizen te Lichtenvoorde en Hoofddorp. Erik Wamelink architect
te Lievelde.
Documentatie: rust en lucht.
Woningen te Leiden. Hoenders Dekkers Zinsmeister architecten te
Delft, ontwerp ir A.K. Zinsmeister
Netnieuws:
onderdelen van gebouwen.
Ook in netnieuws? Stuur een e-mailtje met URL aan BOUW. |