ArchiNed Home BOUW

Vacatures
Werk Gevraagd
Werk Aangeboden
Stage Gevraagd
Stage Aangeboden

Agenda

Exposities
Lezingen
Prijsvragen

Kiosk
Boeken
Tijdschriften
Archis
Architect
Architectuur en Bouwen
Bouw
Duurzaam Bouwen
Oase


Markt
Gevraagd/
Aangeboden

Inhoud februari 1999

De methode Ypenburg: wie niet waagt die niet wint.


Wie als bouwer of projectontwikkelaar geen grondpositie heeft, is voor de verwerving van opdrachten steeds meer aangewezen op deelname aan selectieprocedures en prijsvragen. Voor de VINEX-locatie Ypenburg bij Den Haag is het grootste prijsvraagexperiment ooit in Nederland georganiseerd. Voor een aantal deellocaties, te realiseren van 1998 tot 2004, hebben steeds vijf projectontwikkelaars per locatie elk een plan opgesteld met een bijbehorende grondprijsaanbieding. De kwaliteit van de bekroonde plannen doet zeker niet onder voor die van de naburige VINEX-locaties Leidschenveen en Wateringen. Bovendien zijn de grondopbrengsten als gevolg van de biedingen naar schatting 150 miljoen gulden hoger uitgevallen dan vooraf ingecalculeerd. De verwachting is dan ook dat de methode Ypenburg navolging zal vinden. Toch zijn er, ondanks het grote succes van de selectie, vraagtekens te plaatsen bij de prijsvraag. Door Jan Winsemius.

Nieuw licht op bouwtoezicht: eigenbelang en algemeen belang botsen bij naleving woningwet.


Aan de vooravond van het honderdjarig bestaan van de Woningwet geeft het bouwtoezicht stof tot discussie. Een andere rolverdeling is wenselijk. Dat meent althans Arie de Klerk. De opdrachtgever zou een sterker eigen positie moeten krijgen en er zou meer openheid moeten komen over de financiële kant van de ontwikkeling van een woningbouwlocatie. De welstandscommissie zou bovendien aan een herziening van de taakopvatting toe zijn. De discrepantie tussen een opdrachtgever die passende huisvesting verlangt en een gemeente die de stad aantrekkelijk wil maken mag er volgens De Klerk niet zonder meer toe leiden dat de opdrachtgever op kosten wordt gejaagd. Een herijking van de rol van de opdrachtgever, de architect en de welstandscommissie kan de aanzet geven tot een discussie over de toekomst van het bouwtoezicht. Door Arie de Klerk.

Lite-box!: Kantoorhouden in een studiecabine.


Emiel Lamers, architect bij de Rijksgebouwendienst, ontwierp in het kader van een onderzoek naar ’De ideale studiecabine’ een prototype. Het werd deze zomer op de Dag van de Architectuur in de hal van het VROM-gebouw in Den Haag tentoongesteld, staat sindsdien opgesteld in een van de atria en wordt gebruikt door medewerkers van het bureau Rijksbouwmeester. Er wordt veel gepraat over kantoorinnovaties, maar hoe zien die er in de praktijk van de werkelijkheid dan uit? De ontwerpopgave voor de studiecabine moet beschouwd worden als een impuls voor de discussie en als een geconcretiseerd concept om deze op gang te brengen. Door Emiel Lamers.

Politiekeurmerk veilig wonen: van experiment tot landelijk instrument.


Binnen drie minuten een woning kraken kan nog steeds. De overheid tracht inbrekers nu te ontmoedigen door het Bouwbesluit aan te passen. Vanaf 1999 gelden er eisen voor de inbraakveiligheid van nieuwe woningen, die moeten leiden tot doelmatig beveiligde nieuwbouw. Tegelijkertijd wordt het vrijwillige Politiekeurmerk Veilig Wonen landelijk ingevoerd, met nog veel meer aanwijzingen voor een veilige woning in een dito woonomgeving. Dat gebeurt niet zomaar. Veiligheid rondom de woning blijkt bij veel bewoners bovenaan het verlanglijstje te staan. Het begint een belangrijk item te worden bij het ontwerpen en ontwikkelen van woningen. Van een werkelijk effectieve beveiliging is echter nog geen sprake. Daarvoor vertonen de voorschriften in het Bouwbesluit nog te veel hiaten. Het Politiekeurmerk biedt meer zekerheden, maar oefent wel invloed uit op de ontwerpvrijheid van de architect. Door Josine Crone.

Documentatie: het regime van PV.


Kinderdagverblijf te Amersfoort Nieuwland. Cita architecten te Utrecht, ontwerp Carl Möller.

Documentatie: licht en lucht.


Rijkskantoorgebouw te Maastricht. Hubert-Jan Henket architecten te Esch.

Documentatie: met de rug in het zand.


Woonhuis te Bergen op Zoom. architectenbureau Böhtlinghk te Maasland, ontwerp Eduard Böhtlingk

Documentatie: booleaanse bewerking.


Verbouwing van kantoor te Delft. ir Willem van den Hoed te Delft.

Documentatie: warm zwart.


Bedrijfsgebouw te Rotterdam. architectenbureau VHP te Rotterdam, ontwerp Maurice Nio.

BIJLAGE Bouwprognoses 1998-2003



Bouwen op prognoses

Een nieuwe impuls geven aan de Bouwprognoses, het jaarlijks overzicht van de verwachte bouwproductie. Dat was enkele jaren geleden de opdracht voor de afdeling Coördinatie Bouwbeleid van het ministerie van VROM. De Bouwprognoses waren aanvankelijk bedoeld om de volksvertegenwoordiging te informeren, een opdracht uit de Wederopbouwwet van kort na de Tweede Wereldoorlog. Maar ze zijn een belangrijke bron geworden voor de bouw: ondernemers kunnen er hun bedrijfsplannen op afstemmen. De belangstelling blijkt uit de vaak specifieke vragen over de prognoses, die het hele jaar door aan het ministerie worden gesteld. Door Dirk Dubbeling.

DE BELEIDSDRAGERS


De bouw zal zich stabiliseren. Hoofdconclusies Bouwprognoses nader verklaard.

Het ministerie van VROM verwacht een terugval in de groei van de bouwproductie. Voor de periode 2000 - 2003 wordt stabilisatie voorzien; na het jaar 2000 treedt in de bouw geen groei meer op. Verschuivingen vinden er wel plaats: van nieuwbouw naar renovatie. Ook is er sprake van intensiever grondgebruik in woningbouw, utiliteitsbouw en infrastructuur. De cijfers moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd, waarschuwt het ministerie. Onzekerheden in de wereldeconomie hebben rechtstreeks gevolgen voor de Nederlandse bouwproductie. Door Jan van der Harst.

Als het maar wel loont. Over ICES-projecten en de Vijfde Nota.


Cees Vriesman, directeur-generaal Ruimtelijke Ordening, bekleedt een positie op het snijvlak van beleid en financiering: hij is ambtelijk verantwoordelijk voor de startnotitie ruimtelijke ordening, de Houtskoolschets, en adviseert in ICES-verband over toekenning van subsidies aan grote infrastructuurprojecten. Die projecten moeten rendabel zijn. Door Dirk Dubbeling.

DE COMMENTATOREN


Stedencomplex buiten randstad Holland groeit aan. De regionale uitwerking van ICES.

Voor de geïnteresseerde waarnemer is het welhaast ondoenlijk enige samenhang te ontdekken tussen de locaties van de toegewezen ICES-investeringen en de hoofdlijnen van de Houtskoolschets. Duidelijk is wel dat als gevolg van de ontwikkeling van corridors het accent wordt verlegd naar Gelderland en Brabant. Het kabinet kiest voor randstedelijk openbaar vervoer en minder voor het hoofdwegennet. Maar komt dat openbaar vervoer niet te laat? Door Hugo Priemus.

De ene kwaliteit is de andere niet. De toekomst van de woningbouwmarkt.


Jim Schuyt heeft als vertegenwoordiger van een woningcorporatie een brede kijk op toekomstige mogelijkheden tot investeren. Hij pleit voor een flexibele planning en herontwikkeling van stedelijk gebied. Dat moet de kwaliteit opleveren die zowel de afzonderlijke klant als de samenleving wenst. De Bouwprognoses laten dat volgens hem nog te weinig zien.

Beleggen met een vernieuwende bestemming. De voorraad utiliteitsgebouwen dient mee te groeien met de economie.


Het ministerie van VROM houdt in de Bouwprognoses te weinig rekening met investeringen in de vernieuwing van bedrijfsgebouwen. Vernieuwing van de gebouwenvoorraad verdient meer aandacht. Want de voorraad gebouwen ouder dan vijfentwintig jaar is groot, als gevolg van de hoge gebouwenproductie in de jaren zeventig . Gezien de economische ontwikkelingen ligt investeren in de uitbreiding van gebouwen minder voor de hand. Door Hans de Jonge/Jo Soeter/Tino Meuwsen.

Samen uit, samen thuis. Openbaar vervoer wordt ruimer bedeeld.


Het rijk heeft meer geld beschikbaar gesteld voor openbaar vervoer. Maar daarmee is de mobiliteit nog niet gegarandeerd. Met het oog op een zo goed mogelijke benutting van de diverse vormen van vervoer is het belangrijk te investeren in knooppunten en andere schakels om alle vervoersvormen bij elkaar te brengen. Voor de investeringen is evenwel nog geen afwegingsmethodiek voorhanden. Door Hans Huis in ‘t Veld/Cathelijn Vencken.

DE SAMENSTELLER


Van betrouwbare zijde. Mans Jansen over zijn bronnenonderzoek voor de Bouwprognoses.

In de jaarlijkse Bouwprognoses worden politieke besluiten gerelateerd aan marktontwikkelingen. Daarmee krijgt de bouw een goed handvat voor de komende vijf jaar, meent econometrist Mans Jansen. Door Dirk Dubbeling.

DE UITVOERDERS


Onverbeterlijk optimistische bouwwereld. ICES telt nog niet mee.

Het symposium over de Bouwprognoses, een jaarlijks terugkerend evenement, is een mooie gelegenheid om na te gaan hoe vertegenwoordigers van de markt denken over het rijksbeleid en hoe zij hun eigen kansen inschatten. De aanwezigen reageerden op vragen over nieuwe ontwikkelingen. Uit hun antwoorden blijkt dat zij nog niet zijn ingegaan op beleid dat in de maak is en al enige bekendheid geniet, zoals bouwen langs corridors. Door Theo van der Voordt/Jo Soeter.

Netnieuws: Beurzen


Ook in netnieuws? Stuur een e-mailtje met URL aan BOUW
Archief Kiosk